MARIKEN VAN NIEUMEGHEN
Mariken is in de steek gelaten door haar ouders.
Mariken woont in de buurt van Nijmegen bij haar oom Gijsbrecht. Op een dag moet ze naar de markt in Nijmegen, waar ze bij haar tante zou blijven overnachten. Haar tante had echter vlak voordat Mariken bij haar kwam ruzie gehad met een paar andere vrouwen over de arrestatie van hertog Arnold van Gelre door zijn zoon Adolf. Hierdoor was haar tante heel erg boos en Mariken was daar de dupe van. Haar tante schold haar de huid vol en beschuldigde haar ervan een relatie met haar oom te hebben, waardoor Mariken helemaal van streek en verdrietig wegging.

Mariken gaat wanhopig op weg naar huis. Ze bidt en vraagt om hulp, maar is zo wanhopig dat het haar niets uitmaakt of God of de duivel haar komt helpen. De duivel hoort dit en verschijnt in de vorm van Moenen met het ene oog. Moenen belooft haar alle talen en de zeven vrije kunsten te leren, maar niet de zwarte magie. Mariken moet van hem haar naam wijzigen omdat hij in het verleden problemen met een Maria had gehad. Bovendien mag Mariken geen kruisteken meer maken. Zij verandert haar naam in Emmeken. Samen vertrekken ze naar ’s Hertogenbosch om na een paar dagen door te reizen naar Antwerpen.

In Antwerpen leidt ze een fout leven. Ze doet veel dingen die niet goed zijn. Na zeven jaar keert Mariken terug naar Nijmegen waar ze op de markt een wagenspel ziet. Dit is een toneelstuk dat uitgevoerd wordt op een platte wagen. In dit spel vraagt Masscheroen, een onderduivel, aan God waarom hij de mensen vergeeft. Na het zien van het spel krijgt Mariken spijt van alles wat ze gedaan heeft en vraagt God om vergeving. Hierdoor wordt Moenen kwaad. Hij voert Mariken hoog de lucht in en gooit haar van grote hoogte naar beneden. Maar ze overleeft de val doordat haar oom, die tussen de toeschouwers staat, voor haar gebeden heeft. Gijsbrecht weet Moenen te verdrijven door het uitspreken van een verhaaltje uit de bijbel.

Mariken wil vergeven worden van haar zonden en daarom gaat ze samen met haar oom naar een hoge geestelijke in Nijmegen. Deze durft echter haar zonden te vergeven. Daarna gingen ze naar de bisschop in Keulen en later naar depaus in Rome. Tijdens de reis probeert Moenen tevergeefs Gijsbrecht en Mariken te doden.
Mariken krijgt van de Paus als straf drie ijzeren ringen om hals en armen. Deze zullen pas afvallen als al haar zonden vergeven zijn. Mariken trekt zich terug in het het witte vrouwenklooster in Maastricht waar na jaren van boetedoening de ringen afvallen. Daarna leeft Mariken nog twee jaar en sterft vredig omstreeks 1500. Na haar overlijden werden de drie ringen boven haar graf gehangen.
